Jouweindexam.nl logoJouwEindexam.nl
Terug·HAVO

Wiskunde B

Eerst even: wat is een syllabus?

De syllabus is de officiële kaart van wat je voor het centraal examen moet kennen.

Hierin staat welke onderwerpen, vaardigheden en accenten binnen de examenstof vallen. Dit is vanuit de overheid de richtlijn voor waar het centraal examen over gaat, en dus ook leidend voor docenten bij het bepalen welke stof jij moet kennen. Handig dus: je ziet sneller wat écht examengericht is, waar je nog hiaten hebt en welke onderdelen je slim als volgende kunt oefenen.

Waarom dit nuttig is

Je leert niet alleen per hoofdstuk, maar precies per examenonderwerp.

Hoe je deze tab gebruikt

Open een onderdeel en kijk welke vragen en samenvattingen daarbij horen.

Goed om te onthouden

De syllabus vervangt je boek niet, maar is wel de officiële examerichtlijn achter wat je docent behandelt en waarop het centraal examen stuurt.

Syllabus 2026

4 hoofdonderdelen

De kandidaat beheerst de bij het examenprogramma passende wiskundige denkactiviteiten, waaronder modelleren en algebraïseren, ordenen en structureren, analytisch denken en probleem oplossen, formules manipuleren, abstraheren, en logisch redeneren en bewijzen – en kan daarbij ICT functioneel gebruiken.

CE: UNKNOWNSE: UNKNOWN

De kandidaat heeft kennis van de rol van wiskunde in de maatschappij, kan hierover gericht informatie verzamelen en de resultaten communiceren met anderen.

CE: UNKNOWNSE: UNKNOWN

De kandidaat kan profiel specifieke probleemsituaties in wiskundige termen analyseren, oplossen en het resultaat naar de betrokken context terugvertalen.

CE: UNKNOWNSE: UNKNOWN

De kandidaat beheerst de bij het examenprogramma passende wiskundige denkactiviteiten, waaronder modelleren en algebraïseren, ordenen en structureren, analytisch denken en probleem oplossen, formules manipuleren, abstraheren, en logisch redeneren en bewijzen – en kan daarbij ICT functioneel gebruiken.

CE: UNKNOWNSE: UNKNOWN

De kandidaat kan standaardfuncties (machtsfuncties, exponentiële en logaritmische functies en goniometrische functies) hanteren, interpreteren binnen een context, de grafieken beschrijven en in een functievoorschrift vastleggen en werken met eenvoudige transformaties.

CE: UNKNOWNSE: UNKNOWN

De kandidaat kan vergelijkingen, ongelijkheden en stelsels van twee lineaire vergelijkingen oplossen.

CE: UNKNOWNSE: UNKNOWN

De kandidaat kan verbanden tussen de twee grootheden a en b van de vorm a = c * b^d herkennen en toepassen.

CE: UNKNOWNSE: UNKNOWN

De kandidaat kan periodieke verschijnselen beschrijven door middel van sinus- of cosinusfuncties.

CE: UNKNOWNSE: UNKNOWN
CE: UNKNOWNSE: UNKNOWN

De kandidaat kan afstanden en hoeken berekenen met behulp van goniometrische verhoudingen, de stelling van Pythagoras en de sinus- en cosinusregel.

CE: UNKNOWNSE: UNKNOWN

De kandidaat kan analytisch-algebraïsche berekeningen uitvoeren aan de hand van contexten en figuren.

CE: UNKNOWNSE: UNKNOWN
CE: UNKNOWNSE: UNKNOWN

De kandidaat kan het veranderingsgedrag van een functie beschrijven door middel van toenamediagrammen en differentiequotiënten.

CE: UNKNOWNSE: UNKNOWN

De kandidaat kan de afgeleide functie begripsmatig interpreteren en lokale veranderingen benaderen.

CE: UNKNOWNSE: UNKNOWN

De kandidaat kan de afgeleide functie van machtsfuncties bepalen en gebruik maken van de som-, verschil- en kettingregel.

CE: UNKNOWNSE: UNKNOWN

De kandidaat kan analytisch-algebraïsche berekeningen uitvoeren gericht op profiel specifieke contexten.

CE: UNKNOWNSE: UNKNOWN

Leren op syllabusniveau

0 nodes met voortgang

Rond een examen af om hier je eerste reflectie en leerpad per syllabus-node te zien.